Cath Luyten en Magali Surmont zitten in een stoel en praten in een microfoon tegen elkaar - Header

Waarom zijn vezels zo belangrijk voor je lichaam?

  • Boordevol voedingsstoffen
  • Health&Lifestyle

De gemiddelde Belg eet zestien gram vezels per dag1. De Hoge Gezondheidsraad raadt minstens vijfentwintig gram aan2. Een voedingsstof die zoveel voor ons doet, en zo weinig aandacht krijgt: dat vraagt om uitleg.

In de derde aflevering van Voeding onder de loep schuift Magali Surmont, gastro-enteroloog en proctoloog aan het UZ Brussel, aan bij Cath Luyten. Over vezels, over de bacteriën die erop zitten te wachten, en over waarom we met z’n allen onder de lat blijven.

 

Het meest onderschatte orgaan

Onze darmen zijn hipper dan ooit. Je vindt op elke feed wel iets over darmgezondheid, over het microbioom, over detoxkuren. En tegelijk blijft het een onderwerp waar mensen liever niet over beginnen.

“Mensen schamen zich over hun darmen of over hun klachten”, zegt Magali. “Ik merk in de kliniek dat patiënten zich zelfs excuseren als ze er iets over willen vragen. Dat is totaal onterecht, want het is iets heel universeels. We eten allemaal, we verteren allemaal, we gaan allemaal naar het toilet.”

Door er vaker over te praten, klinkt het, komen er ook vaker oplossingen. Want net dat orgaan waar we liever over zwijgen, draait op iets wat zelden op ons bord belandt. De voedingsstof die ons lichaam niet eens kan afbreken.

Wat is een vezel eigenlijk?

Dat we dus te weinig vezels eten, is bekend. Waaróm we het niet doen, is een interessantere vraag. Volgens Magali zit een deel van het antwoord in het woord zelf.

“Ik zei vroeger tijdens consultaties ook vaak: je moet vezelrijk eten. Maar als het erop aankwam, dan kwam ik tot de conclusie dat dat heel abstract is. “Wat is een vezel nu eigenlijk? Je ziet het niet.”

Dus even concreet. Vezels horen bij de koolhydraten en bestaan uit lange ketens van suikermoleculen. Sommige van die ketens kan je lichaam knippen: het zetmeel in een warme aardappel bijvoorbeeld. Andere niet. Je dunne darm heeft er de enzymen niet voor, waardoor ze niet door de darmwand worden opgenomen. Ze schuiven rustig door naar de dikke darm. En dat is geen gebrek. Dat is precies de bedoeling.

 

De dierentuin in je buik

In die dikke darm zit het darmmicrobioom: de micro-organismen die in en op ons leven, in de hoogste concentratie net daar. Michaël Sels noemde het in een vorige aflevering de dierentuin in onze buik. Magali gaat een stap verder en spreekt over een apart orgaan.

Wat daar gebeurt, heet fermentatie. De bacteriën zetten de onverteerde vezels om in stoffen zoals korteketenvetzuren3. “Zo komen er producten vrij die heel belangrijk zijn, zowel voor de gezondheid van je darmen als voor de rest van je lichaam”, zegt Magali.

Dat vertaalt zich in harde cijfers. Onderzoek koppelt een goede vezelinname aan een lager risico op hart- en vaatziekten, op diabetes en op kanker, darmkanker in het bijzonder. Daarnaast zorgen vezels voor een lichte daling van de slechte cholesterol, een lagere bloeddruk en minder uitgesproken suikerpieken na het eten.4

“Je vezelrijke voeding is het buffet voor je darmmicrobioom”, vat Magali samen. “Dat gedijt daarop. En dan krijg je de goede stoffen die belangrijk zijn voor je darm en voor je volledige lichaam.”

Een microbioomtest bestellen om te weten hoe het er daar aan toe gaat? Daar is het voorlopig te vroeg voor. “Het is niet duidelijk wat een top microbioom is of wat een ziekmakend microbioom is. We kunnen op basis van die testen geen voorspellingen maken.” Een vezeltest is wel zinvol: die brengt in kaart hoeveel vezels je dagelijks binnenkrijgt, en van daaruit kan je bijsturen.5

 

Van zestien naar dertig gram

Blijft de vraag: hoe overbrug je dat gat van veertien gram? Magali begint bij het ontbijt.

“Als je kiest voor havermout met een stuk fruit erbij, gepimpt met noten en wat lijnzaad of chiazaad, dan zit je al snel aan tien gram. Dan heb je bijna een derde binnen.” Ruil daarna het koekje bij de koffie om voor fruit met een handvol ongezouten noten, en je zit rond de helft, met nog twee hoofdmaaltijden te gaan.

Variatie doet de rest. Door veel verschillende plantaardige voeding te eten, gebeurt dat vanzelf. En dat gaat ruimer dan je denkt. Groenten en fruit uiteraard, maar ook peulvruchten, noten, kruiden en specerijen tellen mee. Sommigen maken er een challenge van: dertig verschillende planten per week.

Eén waarschuwing: bouw het rustig op. Fermentatie betekent ook gasvorming. “Als je je vezelinname heel snel opdrijft, kan je last krijgen van een opgeblazen gevoel, van flatulentie, misschien zelfs krampen.” Zeker bij gevoelige darmen is geduld de boodschap. Drink ook voldoende water.

“En maak het vooral lekker, leuk en haalbaar”, zegt Magali. “Want anders hou je het helemaal niet vol.”

 

Van de darmen naar het brein

Er is nog een laag. Die knoop in je maag voor een examen is geen beeldspraak: je darmen hebben een eigen zenuwstelsel dat voortdurend informatie uitwisselt met je hersenen. Ongeveer vier op de tien mensen krijgt ooit te maken met een aandoening die aan die hersen-darm-as gelinkt is.6

 

Hoe ver die wisselwerking reikt, en wat voeding betekent voor je mentale gezondheid? Dat is het onderwerp van de volgende aflevering.

 

Meer weten?

Beluister de volledige aflevering van Voeding onder de loep met Magali Surmont op Spotify of Apple Podcasts, of bekijk de videopodcast op YouTube. 

Elke maand een nieuwe aflevering.

1. Sciensano. (2025). Nationale Voedselconsumptiepeiling 2022-2023.

2. Hoge Gezondheidsraad. (2025). Voedingsaanbevelingen voor de Belgische bevolking – 2025 (Advies nr. 9805-9807).

EFSA Panel on Dietetic Products, Nutrition and Allergies. (2010). Scientific Opinion on Dietary Reference Values for carbohydrates and dietary fibre. EFSA Journal, 8(3), 1462.                 

3. Koh, A., De Vadder, F., Kovatcheva-Datchary, P., & Bäckhed, F. (2016). From Dietary Fiber to Host Physiology: Short-Chain Fatty Acids as Key Bacterial Metabolites. Cell, 165(6), 1332–1345.

4. Reynolds, A., Mann, J., Cummings, J., Winter, N., Mete, E., & Te Morenga, L. (2019). Carbohydrate quality and human health: a series of systematic reviews and meta-analyses. The Lancet, 393(10170), 434–445.

5. McDonald, D., Hyde, E., Debelius, J. W., et al. (2018). American Gut: an Open Platform for Citizen Science Microbiome Research. mSystems, 3(3), e00031-18.

6. Sperber, A. D., Bangdiwala, S. I., Drossman, D. A., et al. (2021). Worldwide prevalence and burden of functional gastrointestinal disorders, results of Rome Foundation Global Study. Gastroenterology, 160(1), 99–114.e3.